geschiedenis
Op 6 januari 1938 besluit de Utrechtse gemeenteraad tot de bouw van een nieuwe schouwburg. De oude schouwburg staat op het Vredenburg, naast de gebouwen van de Jaarbeurs. F.H. Fentener van Vlissingen, lid van de Raad van Bestuur van de Jaarbeurs, heeft 200.000 gulden beschikbaar gesteld als de oude schouwburg gesloopt mag worden voor uitbreiding van de Jaarbeursgebouwen. De nieuwe schouwburg zal aan het Lucasbolwerk verrijzen.
moeilijke omstandigheden
Op 3 september 1941 wordt de Stadsschouwburg geopend met ‘De mallemolen’, een gevarieerd toneel- en muziekprogramma van het Ruys-ensemble. Voordat de voorstelling begint, biedt burgemeester Ter Pelkwijk aan de architect een herinneringspenning aan met de inscriptie: ‘Hij bouwde met kunstzin onder moeilijke omstandigheden de Stadsschouwburg’.
oorlog
De Stadsschouwburg krijgt in 1941 weinig aandacht in vakbladen voor architecten. Dat heeft te maken met de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetters vinden het gebouw niet ‘volks’ en dus slecht. Volgens een criticus is het ‘een monument van grofheid’ en ‘een lelijke vierkante kast van urinoir steen’. Het toneelhuis is al vanaf het begin erg klein. Maar de meeste critici en het grote publiek hebben veel bewondering voor het exterieur en voor het publieksgedeelte van de schouwburg.


